Is de nieuwe eiwitnorm nu wel echt zo’n groot probleem?
De Boerderij kopte gisteren: ‘Voerdeskundigen zien vooral nadelen van voerspoor’. Als u het nieuws de afgelopen tijd heeft gevolgd weet u waarschijnlijk direct waar het over gaat. Mocht u het nog niet hebben meegekregen, Carola Schouten heeft besloten dat er maxima komen aan het ruw eiwit in rantsoenen voor de melkveehouderij. Naast het maximaal ruw eiwit gehalte komt de focus ook te liggen op het ruw eiwit gehalte van het totale rantsoen. De normen zijn opgesteld in de hoop zoveel mogelijk bedrijven op een RE-gehalte van 15,5% in het totaalrantsoen te krijgen.
Onafhankelijke adviesbureaus hebben vaak wel de mogelijkheid om advies op maat te geven.
Ondanks dat deze maatregel grote gevolgen kan hebben voor de melkveebedrijven, zien wij hier misschien nog wel meer kansen in als wat de nadelen ervan zijn. Het vraagt om enige aanpassing bij het inkuilen en het optimaliseren van de rantsoenen. En hier liggen dan ook 2 belangrijke knelpunten:
- De 1e snede is al in volle gang en de bemesting van de 2e snede ligt er soms ook al op. Daarom moet er snel worden geschakeld om kuilen te krijgen waarmee het krachtvoer niet boven deze normen uit hoeft te komen
- Bij het optimaliseren van de rantsoenen zal veel meer maatwerk moeten komen, de krachtvoeders moeten veel meer samengesteld worden op basis van de kuilen en de nieuwe normen. Om met standaard krachtvoeders te gaan werken wordt in een aantal situaties lastig, hier komt dan ook meer maatwerk bij kijken.
Daarnaast zal er ook kritisch naar het bouwplan om het bedrijf gekeken moeten worden. Snijmais is hierin een uitdagende schakel. Bedrijven met een zeer hoog RE-gehalte in de kuil kunnen de mais gebruiken om het RE-gehalte te verlagen in rantsoenen. Echter, zodra er een RE-gehalte van 16-17% in de graskuil zit, kan er niet te veel mais worden bijgevoerd gezien het lage eiwit gehalte. Hiervoor zou er te veel krachtvoer bijgevoerd moeten worden om dit te compenseren. Een optie zou zijn om de mais als MKS of CCM te gebruiken zodat het product geconcentreerder wordt.
Als we dan kijken naar het RE-gehalte in het krachtvoer zal dit met name voor voerfabrikanten voor de nodige uitdagingen zorgen. Zoals bij iedereen waarschijnlijk wel bekend is, is eiwit duurder als energie om aan te kopen. Veel voerfabrikanten werken doorgaans vaak met een aantal standaard krachtvoeders, waardoor de mogelijkheid om de basis bij te sturen met eiwitrijke grondstoffen niet meer mogelijk is voor deze fabrikanten. Het gevolg zou dan zijn om toch over te stappen naar meer een advies en krachtvoer op maat. Hier is vaak de organisatie niet opgericht, het gevolg is dan ook dat deze partijen de nieuwe normen niet mogelijk achten. Onafhankelijke adviesbureaus hebben vaak wel de mogelijkheid om advies op maat te geven. Hierdoor lopen de onafhankelijke adviesbureaus vaak ook niet tegen problemen aan, maar zien zij juist mogelijkheden om samen met u als veehouder naar optimaal resultaat te komen.
Bij de omslag naar het lagere eiwitgehalte in aangevoerde producten kan een goede onafhankelijke adviseur dan ook een zeer grote toegevoegde waarde bieden voor uw bedrijf. Wij werken al decennia’s onafhankelijk, wij zijn niet geboden aan de vaste recepten van één leverancier. Door grenzen te verleggen, optimalisatie van de bedrijfsvoering en het rantsoen ontstaan er vaak veel nieuwe mogelijkheden en kansen. Deze kansen zullen ook met de nieuwe eiwit normeringen blijven. De veehouder is nu aan zet, hij of zij zal een nieuwe weg moeten gaan bewandelen naar de optimalisatie van de rantsoenen en de bemesting waarbij wij u zeker van dienst kunnen zijn.
Ook het ministerie ziet hier gelukkig steeds meer de toegevoegde waarde in de onafhankelijke adviseur. Zij zijn bezig om een subsidie te ontwikkelen waardoor melkveehouders meer gebruik kunnen maken van gespecialiseerde adviseurs.