Interview: Veel mogelijkheden om emissies te verlagen door voer

Jan Dijkstra, diervoederdeskundige bij Wageningen University & Research (WUR), ziet veel mogelijkheden om stikstof, ammoniak, fosfaat en methaan te verminderen door goed voer te gebruiken.

Veehouders en adviseurs spelen volgens Jan Dijkstra te veilig als het gaat om krachtvoer. Ze zijn bang voor een verminderde melkproductie en houden daarom een ​​te hoge dosering aan. Dit overschot komt in de vorm van stikstof in de urine van het dier terecht en vervliegt als ammoniak. “Gemiddeld voeren boeren 16,5% ruw eiwit in het rantsoen. Dit kan worden teruggebracht tot 15,5% zonder verlies van melkproductie, wat leidt tot een daling van de ammoniakemissie van bijna 10%. Dat is enorm.” Hij neemt de Ierse aanpak als voorbeeld.

Jan Dijkstra, diervoederdeskundige bij de Wageningen University & Research (WUR). Foto: Koos Groenewold

Welke rol kan de voerindustrie spelen?

“Er zijn mogelijkheden voor het krachtvoer. Eiwitarm krachtvoer is een optie, maar je moet het altijd bekijken in samenhang met eiwit uit gras (kuilvoer). De kwaliteit van krachtvoer zal een aandachtspunt worden, met name de eiwitkwaliteit. Duurzaamheid en snel of langzaam afbreekbare vezels komen hier in beeld. In de toekomst kan het gebruik van specifieke aminozuren in eiwitten een rol gaan spelen.”

Jan Dijkstra, diervoederdeskundige bij Wageningen University & Research (WUR): “Gemiddeld voeren veehouders te veel eiwit. Voerbedrijven moeten de rol van rantsoendeskundige en -adviseur op zich nemen en minder focussen op het verkopen van zoveel mogelijk tonnen product. Adviseer alleen eiwitrijk voer als het echt nodig is.”

Een rantsoen met snijmaïs is gunstig

De verhoging naar 80% moet worden teruggedraaid of het moet zelfs lager worden dan 70%. Een combinatie van eiwit uit gras en zetmeel uit maïs levert een hoger stikstofrendement op en is beter voor het milieu. Als je de grond goed cultiveert en een goed vanggewas kweekt, kun je veel bereiken met de moderne snijmaïsteelt.”

1% extra vet in het voer leidt tot 5% minder methaan.

Ook raadt u aan om gras vroeg te maaien met een droge stof opbrengst tussen de 2.000 en 2.500 kilogram per hectare. Dat lost twee problemen op: optimale voeding en minder methaan?

“Jong gras gaat hand in hand met eiwitarm voer. Eiwit uit jong gras is verreweg het goedkoopst en de kwaliteit komt in de buurt van de eiwitkwaliteit van krachtvoer. Elke dag maaien en voeren is ideaal, eventueel wat snijmaïs toevoegen. Zo realiseer je een reductie van de methaanemissie van 30%, wat een grote stap is voor het milieu. Hoe je het ook doet, laat het gras niet te lang groeien, want dit leidt tot een afname van de voerkwaliteit. De kwaliteit van het ruwvoer is de basis voor goed voeren.”

Zou de overheid zo’n afname van methaan niet moeten belonen?

“Dat zal ooit wel het geval zijn, maar het terugdringen van stikstof is het eerste punt op de agenda van het kabinet. Dit kan door middel van mengvoer of ruwvoer (of beide), om een ​​eiwitarm rantsoen te krijgen. De regel is hier: wat er niet in gaat, komt er ook niet uit. Gemiddeld voeren veehouders te veel eiwit. Wanneer de melkproductie te veel onder druk staat, adviseren adviseurs vaak om meer eiwit in het rantsoen te doen gezien dit de melkproductie verhoogt. Wanneer je de onderliggende oorzaak van de daling niet weet, adviseer je doorgaans gewoon aan om meer eiwitten te gebruiken. De kans is groot dat de productie stijgt en dat de klant tevreden is.”

Zou dat niet alleen de stikstof- en methaanproblemen verergeren?

“De hele sector moet ervan overtuigd worden dat ze aan de slag moeten om dit op te lossen. Wanneer de sector zelf niet in actie komt, zal de overheid krachtig ingrijpen. Sluit een convenant af over eiwit in mengvoer en over methaan, zoals in Nederland gebeurde met fosfaat. Voerbedrijven moeten de rol van rantsoendeskundige en -adviseur op zich nemen en minder focussen op het verkopen van zoveel mogelijk tonnen product. Adviseer alleen eiwitrijk voer als het echt nodig is. Adviseurs moeten zo goed mogelijk adviseren, passend bij de behoefte van de veehouder voor een optimaal bedrijfsresultaat maar ook passend bij de maatschappelijke behoefte voor het milieu.

Kan de mengvoederindustrie meer doen?

“Zeker, bijvoorbeeld door extra vet toe te voegen aan het voer. 1% extra vet leidt tot 5% minder methaan. Je kunt naar ongeveer 7% vet gaan, niet te hoog. Meer vet betekent wel duurder voer. Kies voor onverzadigde vetzuren.

Hoe zit het met fosfaat?

“In Nederland is de fosfaatuitscheiding dankzij het convenant al flink afgenomen. Het kan nog meer afnemen, met miljoenen kilo’s. In Nederland bevat elke kilo melk gemiddeld 1.010 milligram fosfor. De cijfers geven aan dat dit met minimaal 3 kilogram per lactatie kan afnemen. De angst voor een fosfortekort is bijna altijd overbodig. Recent onderzoek wijst uit dat een laag fosforgehalte tijdens de droogstand kan helpen om een ​​laag calciumgehalte in het bloed in de eerste dag/dagen na het afkalven te voorkomen. Het helpt op dezelfde manier ketose te voorkomen.”

Micro-organismen in de pens zorgen ervoor dat een koe voer kan eten dat mensen niet kunnen consumeren. Jan Dijkstra berekende hoe goed koeien dit doen in vergelijking met mensen. Hij keek naar producten met eiwitten die de mens ook had kunnen eten. De opbrengst van de koe is 3,5 keer zo hoog. Alleen al door deze opbrengst is het aantrekkelijk om nog meer restproducten van menselijke consumptie te gebruiken.

 En ammoniak?

“Stikstof in de urine met ammoniakemissie tot gevolg, is grotendeels te vermijden. Zorg voor een goede balans tussen pensafbreekbare eiwitten en pensafbreekbare koolhydraten (voor energie). Dit leidt tot minder stikstof in de urine van de koeien. In de toekomst zal het nog belangrijker worden om de disbalans tussen opgenomen energie uit het maagdarmkanaal en opgenomen aminozuren te voorkomen, waardoor er minder stikstof in de urine komt. Boeren kunnen dit regelen met mengvoer en door te kijken naar de houdbaarheid van nutriënten, afhankelijk van het voersysteem.”

“Het is een uitdaging en vraagt ​​veel maatwerk om de dieren individueel te voeren. In de toekomst kan dat met allerlei sensoren, maar we zijn er nog niet”, zegt Dijkstra.

Wat zijn de mogelijkheden om andere grondstoffen te gebruiken?

“Eiwitarme grondstoffen zijn ook bijna altijd arm aan fosfor. Er is veel variatie tussen deze grondstoffen. Sojaschroot heeft bijvoorbeeld een betere balans tussen eiwit en fosfor dan koolzaadschroot. Er zijn mogelijkheden voor zetmeelrijke bijproducten zoals aardappelen. De mineralenkringloop moeten we lokaal of regionaal sluiten, bijvoorbeeld door gebruik te maken van reststromen. Ook moeten we kennis blijven ontwikkelen om stikstof en fosfor zo spaarzaam mogelijk te gebruiken.”

Leg eens uit omtrent het kiezen van duurzame grondstoffen die duurder voer kunnen betekenen.

“Goedkoop kan op den duur ook duur zijn. Je moet rekening houden met de uiteindelijke waarde van de melk en het vlees. Nauwkeurig voeren is hoe dan ook nodig.”

Hoe werkt dat?

Het is een uitdaging en vraagt ​​veel maatwerk om de dieren individueel te voeren. Het kan in de toekomst met allerlei sensoren, maar we zijn er nog niet. Grotere boerderijen kunnen werken met productiegroepen, wat een mooie stap is om nog meer te verfijnen.”

Het volledige artikel is te lezen op Dairy Global en is geschreven door Hans Siemes: https://www.dairyglobal.net/Nutrition/Articles/2020/7/Interview-The-feed-possibilities-in-lowering-emissions-610742E/?intcmp=related-content&intcmp=related-content