Inkuiltips (Deel 3)

Vandaag is alweer het laatste deel in onze 3-delige serie met tips over het inkuilen. De tips voor vandaag gaan over het inkuilen en het gebruik van inkuilmiddelen.

Rij de kuil 1 minuut aan per ton vers product

Hieronder volgen allereerst een aantal korte tips, daaronder worden ze nader toegelicht.

  • De silo’s moeten goed schoon zijn
  • Maak een juiste keuze tussen hakselen of met de silagewagen
  • Probeer ’s ochtends in te kuilen
  • Zorg dat de aanvoersnelheid van het gras op de kuil niet te snel is
  • De machine op de kuil moet zwaar genoeg zijn
  • Rij de kuil lang genoeg aan
  • Denk bij het maken van de kuil aan de hoogte
  • Maak gebruik van een inkuilmiddel dat past bij de omstandigheden
  • Dek de kuil tijdig en goed af

De silo’s moeten goed met de bezem worden gereinigd. Indien ervoor een kuil in heeft gezeten met schimmels en/of broei, is het advies om de silo extra goed te reinigen om ook de schimmels op de kuilwand te reinigen.

Probeer een afweging te maken tussen het wel of niet hakselen van het product. Het voordeel van het hakselen is dat u vaak een uniformer product aan de kuil krijgt, zeker als de weersomstandigheden niet optimaal zijn. De conservering zal dan vaak net iets beter verlopen. Het nadeel van hakselen is dat het soms te kort/fijn wordt zeker als ook nog eens een graskneuzer gebruikt werd die ook nog vrij zwaar stond afgesteld. Daarnaast is het van belang dat de man op de kuil met het hakselen de aanvoer snelheid aangeeft en niet de man op de hakselaar. Met het hakselen gaat de aanvoersnelheid vaak hard naar boven, hier is de shovel of de trekker op de kuil niet altijd op berekend.

Het nadeel van een opraapwagen is dat het gras soms juist te lang is of met het lossen te veel bonken of blokken er uit vallen. Hier komt vaak later juist de broei en schimmel in. De oorzaak hiervan is het gras vaak te sterk wordt samengeperst in de wagen. Dit zien we vaak als de percelen wat op afstand liggen of als er een tijdsdruk is, de wagens worden dan maximaal vol geladen met alle gevolgen van dien. Het is dan ook zeker in dit soort situaties van belang om voldoende wagens te gebruiken.

Door ’s ochtends in te kuilen heeft kan het gras vaak nog iets aan drogen van de dauw, maar een ander voordeel wat zeker niet onbelangrijk is, is dat het gewas ook koeler is zeker bij de warme zomerse dagen waardoor de kans op broei kleiner is en de kuil sneller stabiel kan worden.

De aanvoersnelheid op de kuil moet niet te hoog zijn. Zodra er te veel gras in 1x op de kuil wordt gereden, bestaat de kans dat dit niet voldoende aangedrukt wordt. Een vuistregel hiervoor dat er een laag van maximaal 30 centimeter per keer erop mag. Ook moet het gewicht op de op de kuil voldoende zijn. Als maatstaaf wordt genomen: de aanvoer van tonnen product per uur * 0,4 (varieert tussen 0,3 en 0,5 volgens verschillende onderzoeken), dit is het minimale gewicht op de kuil. Zodra er bijvoorbeeld 20 ton product per uur aangevoerd wordt, moet er een machine op de kuil zijn van ongeveer 8 ton.

Ook moet de kuil lang genoeg aangereden worden, een vuistregel hiervoor is: rij de kuil 1 minuut aan per ton vers product. Stop niet na de laatste vracht product, de voorkeur heeft om de kuil nog een half uur tot een uur aan te rijden om er zeker van te zijn dat de lucht er zoveel mogelijk uit is. Tot slot moet de machine op de kuil een bandendruk hebben van minimaal 2 bar.

Bij het bepalen van de hoogte van de kuil moet rekening worden gehouden met de periode waarin de kuil gevoerd wordt. In de zomer moet een voersnelheid worden behaald van 2 meter per week, in de winter mag dit een 1,5 meter per week zijn. Zodra dit lager is, neemt de kans op schimmels en broei toe.

Het eventueel te gebruiken inkuilmiddel moet passen bij de omstandigheden, Echter het aller belangrijkste is toch het vast rijden, dat staat op nummer 1. Bij suikerarme kuilen kan er gebruik worden gemaakt van een inkuilmiddel met melkzuur en eventueel een aanvulling met propionzuur of azijnzuur. Melkzuurbacteriën zijn suikers nodig om te groeien, zij moeten zorgen voor de 1e snelle pH daling. Zodra er echter voldoende suikers in de kuil zitten, wat onder de meeste omstandigheden wel het geval is, is het beter om een inkuilmiddel te gebruiken met azijnzuur- en of propionzuurvormende bacteriën. De azijnzuurbacteriën zijn van belang bij de conservering na de 1e pH daling, de propionzuurbacteriën zijn belangrijk bij het uitkuilen om broei te voorkomen. Bedenk bij het gebruik van een inkuilmiddel goed, dat het gebruik van welk middel dan ook, een kuil waarbij het inkuilmanagement niet klopt nooit een optimale kuil kan worden. Het is en blijft een hulpmiddel.

Tevens is het van belang om een kuil direct na het aanrijden goed en luchtdicht af te dekken. Zodra de kuil te lang open blijft neemt het risico toe dat er weer meer zuurstof in de kuil komt wat de kwaliteit van de conservering niet ten goede komt en de groei van schimmels en gisten gaat bevorderen.

Blijf vooral kritisch/precies op uw ruwvoer, zodat u niet ongemerkt in de bewuste vicieuze cirkel terecht komt en u via de uitgereden schimmels op het land uw melkveebedrijf opnieuw besmet (wat er vaak langzaam insluimert!).

Mocht u na het lezen van dit artikel, en de voorgaande artikelen, nog vragen hebben horen wij dat graag. Wij zijn te bereiken via 074-2668830 of per mail via info@veevoedingsadvies.nl. Tot slot willen wij u natuurlijk een goed inkuilseizoen toewensen en nog even wijzen op het gebruik van een inkuilprotocol. Door middel van een inkuilprotocol wordt het eenvoudiger om te achterhalen wat er juist goed of minder goed is gegaan bij een kuil waardoor er steeds betere kuilen in de toekomst gemaakt kunnen worden. Een inkuilprotocol kunt u bij ons opvragen via de mail: info@veevoedingsadvies.nl.