Inkuiltips (Deel 1)

De komende 3 weken publiceren wij vanaf vandaag iedere vrijdag een artikel om tot een geslaagde kuil te komen. Vandaag komt het onderwerp maaien aan bod, volgende week wordt de bewerkingen op het land besproken en het laatste deel gaat over het inkuilen zelf.

Tot slot kan het zinvol zijn om met een inkuilprotocol te gaan werken

Hieronder volgen een aantal korte tips, die daar onder nader worden toegelicht.

  • Pas goede mollenbestrijding toe
  • De minimale maaihoogte is 5 centimeter, echter de voorkeur gaat uit naar een maaihoogte tussen de 5 en 7 cm waarbij bij een zware snede 8 cm nog kan
  • De maaier moet stabiel afgesteld staan met voldoende bewegingsvrijheid
  • Pas op met het kneuzen van gras onder optimale omstandigheden
  • Bij veel zonnige dagen en warme nachten ’s ochtends vroeg maaien
  • Bij koud weer of donkere dagen bij voorkeur in de loop van de middag maaien in verband met een te hoog suiker
  • Maai waarvoor bemest is
  • Werk met inkuilprotocollen

 

Mollenbestrijding is belangrijk om grond in de kuil te voorkomen. Grond bevat bacteriën en bij een te hoog aandeel grond in de kuil verloopt de conservering minder goed en kunnen bacteriën de overhand krijgen. Zodra er veel mollen in een perceel zitten is het raadzaam om het perceel z.s.m. nog even te slepen, om te voorkomen dat straks met het maaien zand in de kuilen komt.

Zodra het gewas te kort wordt afgemaaid is de kans groter dat de groeipunten worden afgemaaid. Hierdoor treedt er bij de volgende snede te veel groei vertraging op. Er is een onderzoek geweest waarbij een maaihoogte van 5 en 7 cm, op het zelfde perceel, met elkaar is vergeleken. Na 3 weken stond op het perceel met 5 cm maaihoogte ongeveer 20 cm gewas, op het perceel met 7 cm maaihoogte was dit 27 cm gewas. In het kader van mineralenbenutting en het maximaliseren van de grasopbrengst is 7 cm maaihoogte vaak ook wel gewenst.

De maaier moet stabiel afgesteld zijn om teveel druk op de maaibalk te voorkomen. Zodra er teveel druk op de maaibalk komt, kunnen de groeipunten weer beschadigd worden waardoor de hergroei wordt vertraagd, maar ook kan er extra slijtage optreden aan de maaier. Tot slot kan er meer zand of gewasresten worden mee gemaaid bij een te hoge druk op de maaibalk.

Het gras moet niet te zwaar gekneusd worden om structuurvermindering te voorkomen. Door het kneuzen worden de celwanden beschadigd, soms kan het zelfs ten koste gaan van de voederwaarde, het voordeel is echter wel dat het gewas onder minder gunstige weersomstandigheden vaak net iets eerder in de kuil kan. Maar zoals vaak aan de goede kanten zitten ook minder goede kanten. Indien het dan ook niet nodig is om te kneuzen, gaat onze voorkeur uit om het niet te doen of alleen licht kneuzen. Als het gras ook nog eens gehakseld wordt, is kneuzen vaak zelfs overbodig. Echter, mochten de omstandigheden het nodig maken, dan kan kneuzen zeker een goede optie zijn, en zou ik het ook zeker adviseren.

Voor wat betreft het maai moment, wat is het beste tijdstip om te maaien. Wij adviseren het volgende: bij veel zonnige dagen en/of warme temperaturen mag er in de ochtend gemaaid worden om een overdaad aan suikers in de kuil te voorkomen. Bij koud nachten en/of donkere dagen mag er in de loop van de middag worden gemaaid dit ook om een overdaad aan suikers in de kuil te voorkomen.

Tevens is het van belang om maaien waar voor bemest is, is er een bemestingsadvies gemaakt voor een 3500 kg ds per hectare, dan is het ook raadzaam om, indien het weer natuurlijk mee werkt, dan ook te maaien. Een eenvoudig hulpmiddel hier is een duimstok, of een grashoogte meter. Meten is weten, is een bekend gezegde, dat is zeker voor het maken van een optimale kuil belangrijk. Mocht het gewas langer door groeien neemt het eiwit gehalte vaak snel af, mocht er juist eerder gemaaid worden kan het eiwit gehalte in de kuil vaak nog wel eens te hoog uitvallen.

Tot slot kan het zinvol zijn om met een inkuilprotocol te gaan werken. Als een inkuilprotocol juist wordt ingevuld kan het een goed hulpmiddel voor de adviseur zijn om een inschatting te maken van de voederwaarde en de huidige snede. Aan de hand van het protocol en de inschatting van de voerderwaarde kan hij dan ook een beter bemestingsadvies geven voor de volgende snede.

Juist nu in deze tijd de bedrijfsbezoeken doorgaans niet meer plaats vinden door de corona crisis heeft een inkuilprotocol een hoge toegevoegde waarde, het is een handig hulpmiddel om de adviseur op de hoogte te houden van het inkuilen én de gedane zaken. Doormiddel van een evaluatie hierop kan er voor volgend jaar weer beter ingespeeld worden op het verbeteren van de kwaliteit van de 1e snede.

Daarnaast is een inkuilprotocol een handig hulpmiddel om, later als de analyse binnen is, samen te kijken wat eventueel het volgende seizoen verbeterd kan worden. De meeste adviseurs zullen wel de beschikking hebben over een inkuilprotocol. Maar wij kunnen u, als u ons even een mailtje stuurt,  ook een inkuilprotocol mailen. Ons mailadres is: info@veevoedingsadvies.nl.