Wilt u meer eiwit oogsten?
De 1e helft van de zomer van dit jaar verliep schommelend. De 1e snede is in sommige regio’s al vroeg in de kuil gekomen terwijl in sommige delen van Nederland pas half mei of zelfs later de percelen er aan toe waren voordat de 1e snede in de kuil kwam. Na een warme periode in juni is juli begonnen met wisselvallig regenachtig weer. Met nog 6,5 week te gaan om de drijfmest te bemesten, kan er gemiddeld nog 1-2 keer drijfmest worden uitgereden.
De 1e snede laat op basis van de eerste analyses een grote spreiding zien zowel in suiker als in het ruweiwit. Doorgaans zijn de kuilen dit voorjaar snel en met een hoger suikergehalte en een lager ruw eiwitgehalte ten opzichte van voorjaarskuilen uit eerdere jaren. In het figuur hieronder is te zien wat het suiker en RE-gehalte is over de weken startend bij 20 april tot en met 1 juni.

Deze kuilen kunnen een grote invloed hebben op de komende maatregelen van de overheid om het eiwit in het voer te maximaliseren. Gelukkig heeft de sector nog voldoende mogelijkheden om bij te gaan sturen voor de overige kuilen dit jaar. De droogte lijkt de afgelopen periode gemiddeld voor minder problemen te zorgen als in 2018 en 2019 wat al positieve effecten heeft laten zien. Daarnaast zijn er gelukkig ook nog mogelijkheden om zowel met de bemesting als met het maaien en inkuilen hierop in te spelen.
Wilt u meer eiwit oogsten, lees dan door en bemest dan zeker voldoende nu het nog kan!
Allereerst moet de mest die op het bedrijf is altijd zo goed mogelijk worden benut. De drijfmest kan het efficiëntst worden toegediend zodra de bovengrond nog goed vochtig is, in de meeste situaties zal dit op korte termijn zijn gelet op de regen van de afgelopen tijd. Ook voorkomt dit een te hoge ruw eiwitgehalte in het najaarsgras als de mest pas eind augustus op het land zou komen. Daarnaast is het in veel situaties gunstig om de mest te verdunnen met water, hierdoor neemt de benutting toe en is tevens de mest sneller beschikbaar.
Naast de rundveemest, kan er vaak nog een aanvulling worden gegeven met een kunstmest. Allereerst de stikstofkunstmest: deze kan de gehele toegestane periode nog gebruikt worden, hierbij is het wel even van belang om de stikstofbron te controleren. Bevat de kunstmest een hoog aandeel ammoniumstikstof, dan kan deze lang doorwerken en kan deze onder gunstige omstandigheden zelfs in oktober/november een nawerking geven, dit is soms niet wenselijk gezien het gras dan lang doorgroeit en de draagkracht van de bodem het wel moet toelaten om het gewas te oogsten. Een nitraat of ureum stikstof is daarin tegen vaak sneller opneembaar voor de plant maar zal ook minder vaak minder lang doorwerken.
Als vuistregel kunt u het volgende hanteren:
Er zijn een paar vuistregels die u als veehouder kunt hanteren om op het ruw eiwit in de kuilen nu nog bij te gaan sturen. Als u per hectare 10 kg stikstof meer of minder strooit dan het advies, dan zal het ruw eiwit gemiddeld met 5 tot 7 gram per kg droge stof stijgen of dalen. Daarnaast kunt u ook met het maaimoment nog op het ruw eiwit sturen, echter hier moet het weer dan zeker wel aan mee willen werken. Als vuistregel kunt u hier hanteren dat u iedere eerder of later kunt maaien dan de planning het ruw eiwit met gemiddeld een 4 tot 5 gram kunt laten stijgen of dalen. Kortom, de wedstrijd is nog niet gespeeld en er zijn nog volop kansen.
Naast stikstof kan ook natrium noodzakelijk zijn, dit is afhankelijk van een eventuele eerdere natriumgift in het jaar. Als er eerder in het jaar al natrium is gestrooid, is dit in de 2e helft van het jaar ook niet noodzakelijk. Is dit echter nog niet gebeurd, kan een natriumgift een waardevolle aanvulling zijn. Natrium verhoogt de smakelijkheid van het gras, dit is zeker belangrijk op de bedrijven die lang willen doorgaan met weidegang en/of stalvoedering.
Daarnaast zijn er bedrijven waarbij een eventuele kaligift nodig is. Dit is echter sterk afhankelijk van het kalium in de bodem én in de drijfmest. De verschillen tussen bedrijven en gronden zijn soms zeer groot. Kali is belangrijk voor onder andere de vochtvoorziening, tevens kan kali ervoor zorgen dat de plant minder zichtbare stress heeft waardoor bijvoorbeeld roest beperkt wordt. Een overschot aan kali kan echter schadelijk zijn voor de diergezondheid waardoor het wel van belang is om eerst de mest te laten onderzoeken alvorens er een eventuele bijbemesting plaats vindt. De kali gift vindt in de regel ook in het voorjaar plaats of na de 2e snede.
Tot slot kan ook een onderhouds-/reparatiebekalking nodig zijn om de pH van de grond te ondersteunen. Dit kan doorgaans pas nadat de laatste snede van het land is gezien er anders een kans is dat een deel van de kalk niet is opgelost en meekomt in de kuil.