Veehouders kennen nog steeds niet alle feiten van de mais

Nu de mais voor een zeer groot deel van het land is, en de kuilen geleidelijk aan onderzocht gaan worden, komen ook weer veel verhalen los over het nut van wel of geen veel zetmeel voeren, het is daarom goed om eens in het archief te duiken en kijken wat verschillende onderzoekers de afgelopen jaren hier over geschreven hebben. Ik kwam dan ook het volgende artikel tegen wat Wilfried van Straalen, van Schothorst Feed Research, ook in 2015 al eens gepubliceerd heeft maar wat nog steeds actueel is.

Omdat snijmaïs zo’n belangrijke component in het melkveerantsoen is, wordt er veel over dit gewas geschreven en gesproken. Helaas gaan er ook een hoop fabels rond. Gelooft u in deze verhalen, of kent u de feiten?

In dit artikel maken we korte metten met de indianenverhalen die rondgaan over snijmaïs, zodat u wel alle feiten kent.

Feit: een pens kan je maar 1 keer vullen
Hoogproductief melkvee wordt begrensd in energie-opname door de hoeveelheid droge stof die het kan opnemen. Een hoge melkproductie geeft een hoge energiebehoefte. Uitdaging voor de koe is om het voer zo efficiënt mogelijk te benutten. Hiervoor is een goede celwandverteerbaarheid van het voer nodig: dit zorgt voor een hoge voerefficiëntie en lage voerkosten. Meer rendement uit uw ruwvoer is het resultaat.

Feit: 1% meer verteerbaarheid = 15 VEM extra
Bij uw maïsrassenkeuze zijn VEM per kg ds en kVEM-opbrengst leidend. Deze cijfers tonen de voederwaardeopbrengst én kwaliteit en zijn daarom direct van invloed op uw melkproductie, voeraankoop en dus rendement van uw bedrijf.

VEM is het totaal van de verteerbare bestanddelen van de gehakselde maisplant. Selecteer bij uw rassenkeuze dus op zetmeel én op de verteerbaarheid van de restplant (NDF verteerbaarheid). Deze is van grote invloed op de VEM: elke 1% hogere NDF-verteerbaarheid = 15 VEM extra. (bron: Schothorst Feed Research)

Uw winst van een beter verteerbare restplant (celwandverteerbaarheid) loopt hard op: elke hap snijmais bestaat voor 65% uit restplant. Een goede celwandverteerbaarheid zorgt voor meer energie op pensniveau, wat een gunstig effect heeft op de melkproductie. De energie uit celwanden is bovendien veilige energie: deze komt geleidelijk vrij en geeft daardoor geen verhoogde kans op pensverzuring.

Rekenvoorbeeld:

– Standaard snijmais met 51% NDF-verteerbaarheid heeft 950 VEM
– snijmais met 56% NDF-verteerbaarheid heeft 1.025 VEM
– 5% meer NDF-verteerbaarheid = 5 x 15 = 75 VEM extra!

Feit: optimale energievoorziening bestaat uit zetmeel + celwanden
Snijmaïs is een goede energiebron die uw hoogproductieve melkvee in topconditie houdt. Let echter goed op de balans tussen zetmeel en celwanden. Teveel zetmeel verzuurt en brengt het risico van pensverzuring met zicht mee. De energie uit celwanden komt geleidelijk vrij, en is daarmee een veilige energiebron. De pensbacteriën kunnen hiernaast extra microbieel eiwit vormen uit deze pensenergie. In combinatie met een goede herkauwactiviteit zorgt een hoge celwandverteerbaarheid voor een betere voerefficiëntie en extra melkdrijving.

Feit: 0,5 liter meer melk
De meerwaarde van hoogwaardige, beter verteerbare snijmaïs is wetenschappelijk vastgesteld in 2-jarige diervoederproeven op Schothorst Feed Research. In dit onafhankelijk onderzoek werd de meetmelkproductie van twee gelijke groepen hoogproductief melkvee vergeleken, waarbij de ene groep snijmaïs van een LG Animal Nutrition ras gevoerd kreeg, en de andere groep een controleras.

De resultaten: 

Controleras                       LG Animal Nutrition

Melkopbrengst                               33,6 l                                     34,2 l
Voerefficiëntie                                  1.49                                     1.51
Meeropbrengst per dag                                                             + 0,6 liter

Het is de combinatie van een hoog zetmeelgehalte van de kolf én een betere celwandverteerbaarheid van de restplant die de meeste netto-energie voor een hoge melkproductie oplevert.

Feit: hogere voerefficiëntie = lagere kritieke melkprijs
De voerefficiëntie – hoeveel kg meetmelk een koe kan produceren uit een kg ds voer – is één van de belangrijkste kengetallen op het melkveebedrijf. De voerkosten bepalen 25 tot 35 procent van uw kostprijs, bij grondloos produceren tot zelfs 65 procent. Het is duidelijk dat u met een hogere voerefficiëntie uw voerkosten per kg melk druk en dus een lagere kritieke melkprijs nodig heeft. Het belang van een lage kritieke melkprijs is vandaag de dag duidelijk!

Als u de voerefficiëntie met 0,1 punt weet te verbeteren, door bijvoorbeeld beter verteerbare snijmaïs te gaan voeren, bespaart dit bij een productie van 1 miljoen kg meetmelk maar liefst €11.300 aan voerkosten. Bovendien leidt een betere voerefficiëntie tot een hogere melkproductie per hectare zonder extra mestafzetkosten. (bron: Flynth adviseurs en accountants)

Feit: het rantsoen bepaalt het succes
Een voedermiddel komt pas goed tot z’n recht als een rantsoen ook echt een rantsoen is. Alles moet op elkaar aansluiten. Het is de balans zoeken tussen energie en eiwit op zowel pens- als darmniveau. De ruwvoerkwaliteit bepaalt voor 70-80% de prestaties van melkvee. Met aanvullende mineralen en krachtvoeders worden de laatste puntjes op de i gezet.

Een maiskuil kan het beste benut worden door naast energie uit zetmeel ook extra energie uit celwanden (NDF verteerbaarheid) om te zetten in een hogere melkproductie. Met een hogere VEM-waarde neemt de energiedichtheid van het rantsoen toe en dit leidt tot meer melk. Ruwvoer is eigenlijk nooit te goed. Maar het succes van super-ruwvoerkwaliteit wordt door het totale rantsoen bepaald.

Feit: veel zetmeel geeft snelle mais
Zetmeel is een hoogwaardige energiebron voor hoogproductief melkvee. Echter: overdaad schaadt! Teveel zetmeel in het rantsoen verzuurt en brengt het risico van pensverzuring met zich mee.

Zetmeel uit snijmais is zowel in pens-bestendige als pens-onbestendige vorm beschikbaar voor de koe. Het bestendige deel wordt op darmniveau verteerd en draagt bij aan een hoge melkproductie en eiwitgehalte. Het onbestendige zetmeel komt in de pens vrij. Onbestendig zetmeel bestaat uit suikers en snel afbreekbaar zetmeel, samen SUSAZ genoemd. De hoeveelheid SUSAZ in het rantsoen is een belangrijke maat voor het optreden van pensverzuring. Meer zetmeel uit mais geeft meer onbestendig zetmeel, daardoor ook meer SUSAZ en een hogere kans op pensverzuring. U kunt dit voorkomen door bij de maïsrassenkeuze te gaan voor rassen die hun hoge VEM/kg ds niet alleen uit zetmeel halen, maar ook uit een goede verteerbaarheid van de restplant.

Feit: pensverzuring kent 4 oorzaken

Veel melkveebedrijven worden geconfronteerd met subklinische pensverzuring. De pens bevat dan teveel vluchtige vetzuren of te weinig buffer, waardoor de pH daalt en pensmicroben doodgaan. Om dit veelvoorkomende probleem tegen te gaan, is het van belang dat u inzicht heeft in de factoren die bepalend zijn bij pensverzuring: structuurleverend vermogen, de hoeveelheid zetmeel, aanwezigheid van zuur in de kuil en de bewaring.

Feit: Celwanden = veilige energie
De energie die is opgeslagen in de celwanden is de meest veilige energiebron voor een melkkoe. Doordat celwanden eerst afgebroken moeten worden, komt de energie hier geleidelijk uit vrij. Dit geldt zowel voor gras(kuil) als voor snijmais. Een hoge celwandverteerbaarheid geeft dus geen verhoogde kans op pensverzuring. In tegendeel zelfs: pensbacteriën kunnen extra microbieel eiwit vormen uit deze pensenergie. In combinatie met een goede herkauwactiviteit zorgt een hoge celwandverteerbaarheid voor een betere voerefficiëntie en extra melkdrijving.

Bron: Wilfried van Straalen, Schothorst Feed Research